Background
Interview Anton Haverkort

Is de aardappel
een watervreter?

Background

Water, aardappelen en wetenschap. Voor die combinatie togen we naar Wageningen UR, hét kenniscentrum op het gebied van landbouw over de hele wereld. We vragen Anton Haverkort, gewasecoloog met jarenlange ervaring in aardappelteeltsystemen, naar zijn mening over het gewas aardappel in relatie tot de waterproblemen in de wereld.

Hoe belangrijk is water, moeten we ons zorgen maken?

Haverkort laat een kaartje zien waarop duidelijk de gebieden in de wereld zijn aangegeven met een watertekort (rood) en een wateroverschot (groen).

“Er zijn veel plekken op de wereld waar het grondwater op dreigt te raken. Intensievere teelt zorgt ervoor dat het grondwaterpeil steeds verder zakt. India, Inner-Mongolië, China en bijvoorbeeld ook Saudi-Arabië zijn voorbeelden van zulke gebieden. Ook in Europa hebben we gemiddeld zo’n 200 mm per jaar te kort aan water. Dat kost ons een paar ton in opbrengst, maar daar gaan, of kunnen, we meestal niet voor beregenen. Is er een wateroverschot, dan spoelt het teveel aan water gewoon weg. Het nadeel daarbij is dat er veel stikstof mee uitspoelt. In hele droge gebieden zoals Noordwest-Amerika wordt de stikstof meegegeven in het beregeningswater. Het komt dan direct op de juiste plek, maar het nadeel is dat je in verhouding veel stikstof gebruikt. Een deel van het water verdampt of spoelt weer uit, waardoor er een hoge concentratie stikstof in de bodem komt. Dit moet weer afgebroken worden, wat extra CO2 oplevert en zorgt voor bijvoorbeeld meer algengroei in meren.”

Water ‘footprints’

Water ‘footprints’
De gemiddelde wereldwijde ‘waterfootprint’ van aardappelen is 290 liter/kg. In Nederland met hoge opbrengsten en veel bewolking maar 100 liter/kg. Chips daarentegen kost gemiddeld 1040 liter water per kg product. Ter vergelijking het gemiddelde wereldwijde waterverbruik bij andere gewassen en producten:

Teeltsystemen

“Vooral in Noord-Afrika wordt veel gebruik gemaakt van irrigatie door bevloeiing. Dit kost het meeste water en is het minst efficiënt. Iets beter is een waterkanon, maar ook dan verdampt veel water en is de verdeling niet altijd even goed. Beter is een pivot, waarbij de sproeidoppen dicht boven het gewas hangen en de waterafgifte goed te regelen is. Meest efficiënt is natuurlijk druppelirrigatie, waarbij precies de juiste hoeveelheid water op de juiste plaats wordt afgegeven. Ik weet dat er een aantal grote aardappelverwerkers zijn die hun telers in droge gebieden verplichten om met druppelirrigatie te werken.“

Gaan de verbeteringen in irrigatiemethodes snel genoeg?

“Tja, snel genoeg…,” denkt Haverkort hardop, “het is vaak ook een kwestie van kosten. Als het water schaarser of duurder wordt, dan ga je vanzelf zuiniger omspringen met het beschikbare water. Ik zie bijvoorbeeld in Noord-Afrika steeds meer efficiëntere irrigatiemethoden en minder bevloeiing.“

Noord-Afrika klinkt ver weg, maar dichter bij huis zijn er ook problemen met waterschaarste. Haverkort: “Bijvoorbeeld in de Franse Champagnestreek hebben telers te maken met een waterquotum. Telers kiezen hun bouwplan op basis van het toegestane waterquotum.”

Naast betere irrigatiemethoden is er nog iets van belang. Haverkort: “Een aardappelperceel dat vol in het loof staat, kun je qua verdamping vergelijken met een zwembad! Moet je je voorstellen wat dat doet op een warme dag. Dat moet je dus allemaal teruggeven. Aan de hand van de grondsoort, de neerslagvoorspelling en een vochtmeter in de bodem, kun je dus bepalen hoeveel irrigatie er nodig is.”

Hoeveel water heeft een aardappelplant nodig?

“Mijn vuistregel is altijd: 10 mm water per ton opbrengst. Bijvoorbeeld voor 60 ton opbrengst moet het gewas 600 mm water ter beschikking hebben gehad. Uit grondwater, vanuit regen of via beregening, dat maakt niet uit. Afhankelijk van de mogelijkheid tot beregenen, de verwachte periode van regenval of beschikbaarheid van grondwater, kun je ook iets spelen met de rassenkeuze.”

Wat doet water in een aardappelplant?

“Een plant heeft water nodig om vier redenen,” begint Haverkort zijn les in plantenfysiologie. “De eerste is stevigheid. Als een plant water verliest neemt de turgor (celspanning) af en gaan de bladeren en stengels slap hangen. Ten tweede is water nodig om af te koelen. Als een plant niet verdampt, zou de bovenkant van het blad bij wijze van spreken net zo warm kunnen worden als het dak van je auto. Ten derde zorgt deze waterverdamping voor een beweging. Water dat verdampt via de huidmondjes in het blad wordt weer aangetrokken door de wortels. In deze stroom naar de plant toe worden allerlei mineralen en voedingsstoffen de plant in getransporteerd. En natuurlijk is water erg belangrijk voor de groei. CO2 + H2O geeft suikers waarmee weer zetmeel gevormd wordt. Water is dus een onderdeel van de droge stof die door fotosynthese gevormd wordt.

Wat een plant doet bij droogte hangt af van de soort plant. Bijvoorbeeld, granen kunnen geen bladeren laten vallen. Zij sluiten de huidmondjes en blijven stil staan in de groei. Een aardappelplant doet dat niet. Bij droogte laat een aardappelplant als eerste de onderste oude bladeren vallen, waardoor er minder blad overblijft om water te verdampen. De opname van zonlicht is daardoor ook minder, met als gevolg minder fotosynthese en minder omzetting naar suikers en zetmeel. Vervolgens gaat de aardappelplant de huidmondjes op het blad een beetje sluiten. Hierdoor is er minder verdamping, maar zijn er ook minder sapstromen in de plant en in de wortels. Bij veel zon heeft een aardappelplant vaak een dip rond de middag waarin hij nauwelijks groeit. Hoe warmer het wordt, hoe langer die dip duurt. Boven de 300C stopt de plant met groeien. Alles staat stil en in feite verouderen de knollen dan een beetje. Wanneer het weer koeler wordt en de plant weer verder groeit, ontstaat er vaak doorwas. De enigszins verouderde knollen maken een kiem of groeien alleen aan de kant waar de jongste cellen zich bevinden. Zo ontstaan er dus doorwas ‘kettingen’ of ‘poppen’. Beregenen, waar dat kan, helpt natuurlijk om de verdamping op gang te houden, maar boven de 330C is het ook in de rug zo warm dat de plant echt stopt met groeien.”

Hoe efficiënt is een aardappel ten opzichte van andere gewassen?

“Eigenlijk is de aardappel in dat opzicht wel favoriet in de voedselgewassen. 80% van de droge stof gaat in de knol zitten en is dus eetbaar. Bij tarwe is dat bijvoorbeeld maar 55%. De knol wordt al vroeg gevormd en als het droog wordt valt er altijd wel wat te oogsten. Bij granen wordt de korrel laat in de groei gevormd en bij droogte kan de oogst geheel mislukken.”

Footprinting

“Veel verwerkers zoals chips- en fritesfabrikanten hebben water- en CO2-gebruik hoog op de agenda staan. Ik heb zelf vanuit Plant Research International (PRI) meegewerkt aan het ontwikkelen van de CoolFarmTool voor aardappelen, waarmee zaken als water- en CO2-gebruik per ton inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Dit geeft een beeld van de milieubelasting die een bepaald perceel aardappelen veroorzaakt. Je ziet enorme verschillen tussen telers in water-, energie- en middelenverbruik, terwijl hoog verbruik lang niet altijd een hogere opbrengst geeft.”

“Maar er is nog iets anders aan de hand met CO2,” gaat Haverkort verder met een blik op de toekomst. “De hoeveelheid CO2 in de lucht neemt toe, dat is een natuurlijk proces. Zo’n 25 jaar geleden zat er ongeveer 365 ppm (parts per million) CO2 in de lucht. Momenteel is dat 400 ppm en de verwachting is dat dit zal stijgen naar minimaal 550 ppm in 2050. De aardappel is één van de gewassen die sterk reageert op een CO2 verhoging, waardoor de opbrengsten hoger zullen liggen. En het mooie is ook nog dat een aardappelplant daar juist minder water voor nodig heeft. Met meer CO2 in de lucht sluit de plant zijn huidmondjes een beetje, waardoor er minder verdamping optreedt. Uit verschillende proeven is berekend dat de opbrengst hierdoor met 28% stijgt en het waterverbruik met 11% daalt. Door al die CO2 zal het op de wereld ook wel een paar graden warmer worden. Het voordeel hiervan is dat de groeiseizoenen langer worden, waardoor ook de opbrengsten zullen stijgen We verwachten daarom dat in 2050 de gemiddelde aardappelopbrengst 45% hoger is dan nu. Zomaar, daar hoeven we verder niks voor te doen!”

Annemarie Blitterswijk